Het is bijna vanzelfsprekend dat de auto van de toekomst niet meer op benzine of diesel rijdt. Voor de meeste specialisten is het al een uitgemaakte zaak: de auto van de toekomst rijdt op waterstof. Waar nog een beetje over wordt gebakkeleid is of die waterstof nu moet dienen als brandstof voor een klassieke verbrandingsmotor dan wel als voeding voor de brandstofcel.
In het hele debat rond de brandstof van de toekomst, lijkt het dat BMW en Mazda de ‘einzelgängers’ zijn, die de goede oude verbrandingsmotor op waterstof willen laten rijden. De meeste van hun collega’s, zoeken hun heil in de brandstofcel. Daarin dient waterstof om een chemische reactie in gang te zetten, waaruit elektriciteit ontstaat. Elektriciteit die wordt gebruikt om de elektromotor aan te drijven. De uitstoot die hierbij vrijkomt is gewoon water. Dat lijkt allemaal eenvoudig en dus vragen we ons af, waarom we dan vandaag nog niet allemaal op waterstof rijden? De eerste auto’s met brandstofcel waren ons tegen 2004 beloofd, maar intussen heeft men uitstel gevraagd tot ten minste 2010. Want al wordt er druk geëxperimenteerd en rijdt Federal Express in Japan bij wijze van experiment al even rond met een auto met een brandstofcel, op massaproductie zullen we nog even moeten wachten. Onafhankelijke wetenschappers stellen dan ook dat het waarschijnlijk nog een jaartje of dertig zal duren, vooraleer waterstof als brandstof zal zijn ingeburgerd. Welke zijn dan de problemen?
Waterstof kan op verschillende manieren worden aangemaakt. Maar er wordt gezocht naar een niet vervuilende productiewijze met behulp van zonne-energie. “We kunnen nu al makkelijk waterstof aanmaken met behulp van fossiele brandstoffen. Maar dat zou kortzichtig zijn. Eerst en vooral blijven we zo afhankelijk van fossiele brandstoffen. En we zouden dan wel een schoon eindproduct hebben, de productie er van zou meer vervuilend zijn dan de uitstoot van de auto’s van vandaag”, legt een specialist uit.
Waterstof kan niet zomaar uit een benzinepomp worden getankt. Daarvoor zijn speciale installaties nodig en de bouw er van zou jaren vragen. En ook het transport zal moeten worden aangepast.
Vandaag kost gecomprimeerde waterstof ongeveer 28 euro per kilogram. Vloeibare komt op 8 euro per kilo. Je hebt één kilo nodig om 100 kilometer ver te geraken.
Daarom dat Amerikaanse wetenschappers ons attent maken op de mogelijkheden van de hybride diesel. Die zou in een eerste fase efficiënter kunnen zijn dan de auto met brandstofcel. Die opmerking komt van het Massachusetts Institute of Technology en is vooral een kritiek op FreedomCar, het initiatief van de Bush-administratie dat het onderzoek naar de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen en de toepassing ervan in auto’s moet bevorderen. FreedomCar staat voor Freedom Cooperative Automotive Research, waarbij Ford, General Motors en DaimlerChrysler betrokken zijn. Dat Bush, die bij zijn aantreden als president feestelijk zijn achterste afveegde met de akkoorden van Kyoto, nu 150 miljoen dollar in een dergelijk project pompt en met de nodige zin voor drama verkondigt dat de eerste auto van een kind dat vandaag wordt geboren op waterstof zal rijden, bewijst niet dat de man intussen het licht heeft gezien. Bush vindt gewoon dat zijn US of A voor zijn energievoorziening véél te afhankelijk is van buitenlandse olie. En dat kan natuurlijk niet. En vermits Bush in 2010 resultaten wil zien, waarschuwt de studie voor overhaaste beslissingen. Zoals bijvoorbeeld de keuze van methanol als interimoplossing. Methanol is via een reformer makkelijk om te zetten in waterstof en voor de bevoorrading zou men licht gewijzigde, bestaande pompstations kunnen gebruiken. Maar methanol zou veel schadelijker zijn voor het milieu. En dat weet de auto-industrie gelukkig ook. “De auto met een op waterstof werkende brandstofcel, zal voor 2020 minder efficiënt zijn als een hybride dieselmotor”, vinden de wetenschappers in Massachusetts. Ze waarschuwen er eigenlijk voor dat de verdere ontwikkeling van volgens hen vooral dieselmotoren en meer bepaald hybride dieselmotoren (de combinatie van een kleine dieselmotor met een elektromotor) niet mag worden verwaarloosd. Maar dat de ontwikkeling van waterstof als brandstof niet mag worden verminderd. “Want op lange termijn, tussen 30 en 50 jaar, is waterstof het enige, tot nu toe bekende alternatief”, besluit de studie. Zoals we al zegden, we zijn morgen nog geen waterstof aan het tanken.
Het Nieuwsblad - 16/08/2005