banner replacement

Gentse haven wil gas geven met biobrandstoffen


26/6/2006

Wallonië en Vlaanderen hebben wafelen gebakken: het nationaal quotum voor de productie van bio-ethanol werd verhoogd van 192 miljoen tot 250 miljoen liter per jaar. Daardoor ontstaat bewegingsruimte voor zowel het ambitieuze biobrandstoffenproject van Sudzücker in Wanze als dat van Alca Bio Fuel in de Gentse haven. “Eindelijk”, zucht de Gentse havenschepen Daniël Termont (SP.A). Indien de toewijzing van de productiequota geen verdere vertraging oploopt, kan in oktober gestart worden met de bouw van de fabrieken langs het Rodenhuizedok. “We waren er vorig jaar al klaar voor. Wallonië heeft hoog spel gespeeld door het dossier af te remmen”. Hieronder het verhaal van de biobrandstoffen, bekeken door de bril van de Gentse haven.

 

Vanaf de elfde eeuw kende de Leie 'tusschen brugghen' een drukke havenactiviteit. De plaats waar de rivier samenvloeit met de Schelde verwierf naam en faam vanwege de aanvoer van graan uit Artesië, een voormalig graafschap in het noorden van Frankrijk. Aangezien Gent het stapelrecht bezat, moest alle invoer van graan in het graafschap Vlaanderen via de stad van Jacob van Artevelde gebeuren. Kooplieden waren verplicht om een welbepaalde hoeveelheid van hun granen naar één van de stapelplaatsen in de stad te brengen. Pas nadat het er een tweetal weken had gelegen, mocht de eigenaar zijn graan op de Korenmarkt verkopen. In de Late Middeleeuwen was Gent na Parijs niet voor niks uitgegroeid tot de grootste stad van Europa.

Een paar maanden geleden trok havenschepen Termont aan de alarmbel. Gent dreigde zijn historische roeping als Europese graanschuur te verliezen. In nauwelijks twee jaar tijd is de invoer van agrarische bulkproducten in de haven bijna gehalveerd, van 4,6 naar 2,6 miljoen ton, waardoor een kleine tien procent van de totale havenomzet verloren ging. De aanvoer van de zetmeelrijke voederingrediënt tapioca uit Thailand en China kelderde van een half miljoen ton naar nul, een gevolg van fors gestegen transportprijzen en de opbloei van de Chinese economie. Overigens is niet het graan, maar wel de soja met een aanvoer van 1,2 miljoen ton op jaarbasis de belangrijkste agrarische grondstof die dezer dagen in Gent ontscheept wordt. Op de tweede plaats volgt lijnzaad, waarvoor een groeiende afzetmarkt bestaat, en pas daarna komt de tarwe.

Die grondstoffen zijn niet alleen bestemd voor de afgeslankte veestapel in ons land. Een groot deel van de trafiek pendelt naar Noord-Frankrijk, een belangrijke agrarische regio die dichter bij Gent dan bij de Franse zeehavens ligt. Een economisch pijnpunt voor de Gentse haven is wel dat steeds meer mammoetschepen met graan uit Brazilië en Argentinië hun vracht lossen in Rotterdam omdat ze de zeesluis in Terneuzen niet meer voorbij raken. Onderhandelingen met Nederland over infrastructuurwerken die moeten toelaten dat schepen van 150.000 ton en meer gezwind de sluis kunnen passeren, zijn al jaren aan de gang. “Wanneer we alle omgevingsfactoren optellen, zijn er weinig of geen aanwijzingen dat de forse daling van de agribulk zich de eerstkomende jaren zal herstellen”, erkent Termont, die als schepen ook bevoegd is voor wat nog overblijft van de land- en tuinbouw in Gent. Zijn de biobrandstoffen redder in nood?

Groene haven

Sinds vorig jaar heeft de Gentse haven zichzelf een groen embleem opgekleefd: een windmolenpark produceert er voldoende energie om 12.000 gezinnen van milieuvriendelijke elektriciteit te voorzien, schepen die aan strenge milieunormen voldoen krijgen een korting op hun tarieven, het administratieve gebouw draait op natuurlijke verwarming en binnenkort wordt een akkoord gesloten met Natuurpunt om de ecologische waarden in de haven te beschermen. “De biobrandstoffen passen perfect in de strategische oriëntatie van de haven”, redeneert Termont. Voor de technische omkadering van het project wordt graag beroep gedaan op de Gentse universiteit, waar professor Soetaert mee aan de wieg gestaan heeft van de Bio-Energy Valley, een privaat-publiek consortium waarin onder meer acht havenbedrijven betrokken zijn die van ver of dichtbij iets te maken hebben met biobrandstoffen. Regelmatig steken ze samen met de universiteit, het stadsbestuur en het havenbedrijf de koppen bij elkaar om te kijken hoe ze de haven kunnen ontwikkelen tot een internationaal erkende groeipool van bio-energieprojecten. “In Gentse labo’s worden biobrandstoffen van de tweede generatie ontwikkeld waar de bedrijven kunnen op inspelen”, vertelt de schepen.

Een aantal van die bedrijven staan al meer dan een jaar te popelen om bij te dragen tot de productie van biodiesel en bio-ethanol. Euro-Silo en SMEG hebben een gezamenlijke opslagcapaciteit voor agrarische bulkproducten van maar liefst één miljoen ton. Door de ingekrompen aanvoer van de voorbije jaren moest personeel afvloeien en blijft de infrastructuur onderbenut. Nog erger was het de voorbije maanden gesteld met Cargill, dat in de Gentse haven sojabonen verwerkt tot olie voor de voedingsindustrie en meel voor de veevoedersector. Een afdeling aan de Moervaartkaai werd voor onbepaalde tijd gesloten nadat de sojamarkt in elkaar was gestort. Het Amerikaanse agroconcern wil zijn sojaperserij nu ombouwen tot een crushplant voor biobrandstoffen. Met ook nog de firma Oil Tanking en alle nodige transportfaciliteiten in de onmiddellijke nabijheid zijn in het Rodenhuizedok alle elementen aanwezig om op zeer korte termijn een biobrandstoffenindustrie op te bouwen. “Inzake eco-efficiëntie scoren we spectaculair beter dan andere projecten”, stelt Soetaert zonder verpinken.

Termont: “De investeerders hebben hun lastenboeken maanden geleden al overhandigd aan de federale overheid. Ze hebben de nodige studies uitgevoerd en bouwvergunningen bekomen, het is enkel nog wachten op de officiële aanbesteding”. Voor de productie van bio-ethanol is de firma Alco Bio Fuel in de running. Aandeelhouders zijn Vanden Avenne, Wal Agri, Iscal Sugar en Alco Finance, een holding die wereldwijd investeert in bedrijven die gespecialiseerd zijn in de productie en distributie van ethanol. Het is de bedoeling om een fabriek te bouwen die 300 miljoen liter ethanol kan produceren waarmee een investering gepaard gaat van 140 miljoen euro. Grondstoffen voor het productieproces zijn tarwe, maïs en suikersap. “We vertegenwoordigen het enige ethanolproject dat 100 procent Belgisch is”, benadrukt bestuurder Xavier Vanden Avenne, die het een troef noemt dat de volledige aanvoer kan ingevuld worden met Belgische grondstoffen. Hierover zijn afspraken gemaakt, waarop Wal Agri als Waalse holding van de Groep Aveve ongetwijfeld zal toezien. “Van zodra we een quotum toegewezen krijgen, trekken we met een aantal typecontracten de boer op”.

Twee andere bedrijven willen zo snel mogelijk starten met de productie van biodiesel. De grootste plannen heeft de joint-venture Bioro, een samenwerkingsverband tussen Vanden Avenne, Cargill en de Biodiesel Holding waar de GIMV onlangs een minderheidsparticipatie in genomen heeft. De onderneming wil 25 miljoen euro pompen in een nieuwe biodieselfabriek met een totale jaarlijkse capaciteit van 150 miljoen liter, genoeg om de potentiële markt in ons land te bevoorraden. In de fabriek zelf creëert Bioro 45 jobs en de indirecte tewerkstelling kan oplopen tot een honderdtal arbeidsplaatsen. Voor de verwerking is enkel koolzaad nodig, waarbij de intentie leeft om die grondstof zoveel mogelijk aan te kopen bij Vlaamse en Waalse landbouwers. Het benodigde koolzaadareaal zou kunnen oplopen tot 120.000 hectare. Via partner Cargill is Bioro er dit jaar al in geslaagd om de volledige Waalse koolzaadoogst te contracteren. Voor de goede orde: de teelt bestrijkt dit jaar in Vlaanderen een totale oppervlakte van 800 hectare. Het tweede biodieselproject in de Gentse haven zou buiten het Rodenhuizedok belanden. Oleon, gespecialiseerd in het verwerken van natuurlijke oliën en vetten, wil een nieuwe fabriek neerplanten met een capaciteit van 95.000 ton biodiesel en een prijskaartje van 20 miljoen euro. Vorig jaar produceerde dit bedrijf in één van zijn bestaande installaties reeds biodiesel die toen verkocht werd aan Total Duitsland.

Beter dan Wallonië

Als de verdere aanbestedingsprocedure normaal verloopt, moeten Bioro en Alco Bio Fuel in oktober kunnen starten met de bouw van de nieuwe fabrieken. Aangezien het 14 à 18 maanden zal duren vooraleer de productiesites operationeel zijn, moeten we allicht nog wachten tot begin 2008 vooraleer de eerste biobrandstoffen massaal van de band rollen. “Het zou leuk zijn indien het verwerkte koolzaad afkomstig is van Vlaamse percelen, maar je hoort mij niet klagen indien er extra vrachtschepen nodig zijn om grondstoffen aan te voeren”, mijmert havenschepen Termont. Boerenbond-voorzitter Noël Devisch denkt daar ongetwijfeld anders over. Op de rondefafel over biobrandstoffen die minister-president Leterme vorig jaar bij elkaar riep, somde Devisch een aantal voordelen op van de eigen productie van biobrandstoffen: de prijzen van granen en oliehoudende zaden zullen zich herstellen, braakgrond kan beter gevaloriseerd worden, er ontstaat een afzetmarkt voor suikeroverschotten, de bijproducten zullen een aanzienlijke bron van plantaardige eiwitten zijn en de landbouwsector kan een extra bijdrage leveren om de Kyoto-norm te halen.

Maar ook na de accijnsverlaging voor biobrandstoffen blijven nog een aantal vragen onbeantwoord. Welke prijs zal de boer uiteindelijk krijgen voor zijn koolzaad? Welke problemen zullen er rijzen met de wisselteelt? En zal de nieuwe industriële activiteit niet voor een nieuwe havenuitbreiding annex onteigening van landbouwpercelen zorgen? “Daar is alvast geen sprake van”, belooft Termont. “De nieuwe fabrieken worden ingeplant op bestaande sites. En daarbij, de Gentse haven heeft de jongste jaren via breed overleg en eerlijke compensaties een goede reputatie opgebouwd in dossiers waar onvermijdelijk onteigeningen aan te pas kwamen. Op die manier hebben we hier een tweede Doel kunnen vermijden”. Het gesprek met de havenschepen en gedoodverfd opvolger van burgemeester Frank Beke loopt ten einde. Of hij er helemaal gerust in is dat de Gentse haven bij de toewijzing van de quota niet naast de vette kluif zal grijpen? “Ach, in vergelijking met Wallonië beschikken we over meer knowhow, een grotere opslagcapaciteit, meer transportfaciliteiten en verwerkingseenheden die haarfijn op elkaar zijn afgestemd. Door de vertragingsmanoeuvres van de overheid hebben we in de strijd tegen buitenlandse concurrenten al twee jaar tijd verloren. Het kan dus niet snel genoeg gaan”.

Lees ook:
Interview Fons Verlinden: Boer kan vraag naar plantenolie nooit bijbenen

Bron: VILT Vlaams Informatiecentrum voor Land en Tuinbouw